Iconisch, Idexicaal en symbolisch, wat mag dit inhouden?

Wat we willen weten is: welke contrelatie hoort bij welke crossmediale conceptvorm?
‘Uh.. wat?’. In mijn vorige blogpost hebben we het gehad over crossmediala concepten. Deze keer gaan we de contentrelaties: Iconisch, Indexicaal en Symbolisch linken aan een van die crossmediale concepten. Hoe gaan we dit aanpakken? We gaan eerst kijken wat de de contentrelaties nou precies inhouden.

Iconisch:
Een voorbeeld van een Iconische contentrelatie, ELLE magazine is een welbekend modetijdschrift. Naast dit modetijdschrift is er ook een ELLE decoration op de markt gekomen, een tijdschrift over thuis decoratie. Tegenwoordig heeft Elle ook een Website: www.elle.nl op die website staan ook acties en zelfs filmpjes. Ook organiseert ELLE evenementen, het komende evenement is: Elle Festival 2014. De naam ELLE zorgt dat het allemaal bij ekaar hoort zonder dat er echt inhoudelijk aantoonbare relaties aanwezig zijn. Het Iconische content hoort dus bij een transmediaal concept, want bij een transmediaal concept wordt hetzelfde concept geuit via verschillende media die allemaal los van elkaar staan en dat geld precies hetzelfde voor een iconische contentrelatie.

Indexicaal:
een indexicale contentrelatie is verwijzend.
Een voorbeeld: Je komt thuis en gaat even tv kijken, dan zie je een reclame van de nieuwe nivea deo waarin ze zeggen: ‘ Nu te koop bij Kruidvat’. Toevallig is je deo net op en ga je maar even langs de Kruidvat om die nieuwe deo maar eens te gaan kopen. Als je bij de kruidvat aankomt zie je dat als jij die Nivea deo en een Oral B Tandpasta koopt, je een gratis shampoo van Andrelon erbij krijgt! eigenlijk heb je alleen die deo nodig maar toch sta je vervolgens met alle drie de producten bij de kassa. De Indexicale contentrelatie hoort dus bij een crossmediaal concept omdat bij een crossmediaal concept media elkaar aanvult en versterkt net als bij een Indexicale contentrelatie.

Symbolisch:
Een Symbolische contentrelatie heeft met je emoties en je gevoel te maken.
Stel: Je loopt door de alberthijn en je gaat je boodschappenlijstje af: Pindakaas, afwasmiddel, kaas. Je staat voor de pindakaas en je twijfelt, of je koopt alberthijn eigen merk of je koopt toch maar die van Calvé. Er zit een groot prijsverschil in maar kiest toch voor Calvé. Waarom? omdat Calvé pindakaas reclames heeft. Het voelt vertrouwd omdat je er vaker van gehoord hebt en het heeft toch een soort van status. Hetzelfde geld voor de afwasmiddel. Je twijfelt weer, Alberthijn eigen merk of Dreft? Uiteindelijk kies je toch voor Dreft. Daarna loop je naar de kaas. ‘Jezus wat is kaas eigenlijk duur’ denk je. Ondanks de prijs kies je toch maar voor Old Amsterdam i.p.v. Alberthijn eigen huismerk kaas. Naast dat hebben we ook niet voor niets de Alberthijn gekozen om onze boodschappen te doen en niet de Aldi. Hier hoor multimediaal bij omdat net als multimediaal heeft symbolisch: het product is hetzelfde maar heeft een ander jasje.
Lara Uittenhout

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s